Kan er op een duurzame wijze vis gekweekt worden?
Ja hoor. Greenpeace schrijft er dit over:
Aquacultuur maakt al gebruik van plantaardig voer. Gewassen die in gebruik en/of voor de toekomst veelbelovend zijn, zijn onder meer soja, gerst, koolzaad, maïs, katoenzaad en erwt/lupine. Hierbij moet worden opgemerkt dat plantaardig voer, wil het op een duurzame manier een plek krijgen in de aquacultuur, uit duurzame landbouw afkomstig moet zijn. Duurzame landbouw sluit per definitie het gebruik van genetisch gemanipuleerde gewassen uit. Deze gewassen zijn mogelijk schadelijk voor het milieu en kunnen natuurlijke gewassen genetisch vervuilen. Ze roepen een aantal vragen op over voedselveiligheid, die tot op heden nog niet zijn beantwoord.
In het dieet van sommige herbivore en omnivore vissoorten kan vismeel geheel worden vervangen door plantaardig voer zonder gevolgen voor de groei en opbrengst van de vis. Dergelijke viskweek laat zien dat er in de toekomst duurzamere methoden van aquacultuur mogelijk zijn, tenminste zolang het voer zelf afkomstig is uit duurzame landbouw.
Bron: Greenpeace: Duurzame aquacultuur: de uitdaging voor de kweekindustrie

In dit rapport staan een aantal aanbevelingen die waarschijnlijk geheel overgenomen zullen worden door Ecodorp Boekel. Daar hebben experts over nagedacht die duurzaamheid voorop zetten, dus is het logisch hun ideëen over te nemen. De aanbevelingen van Greenpeace zijn:

Iedere vorm van aquacultuur moet duurzaam en sociaal rechtvaardig zijn. Wil een aquacultuursysteem duurzaam zijn, dan mag het geen schade veroorzaken aan natuurlijke systemen door:

1 een toename in de concentratie van natuurlijke stoffen;
2 een toename in de concentratie van door de mens geproduceerde stoffen, zoals niet-afbreekbare chemicaliën en koolstofdioxide; en
3 fysieke verstoring.

Daarnaast moeten mensen kunnen voorzien in hun basisbehoeften als voedsel, water en onderdak. Dat houdt in dat ze niet moeten worden blootgesteld aan omstandigheden die dat systematisch verhinderen.
In de praktijk laten deze vier voorwaarden zich vertalen naar de volgende aanbevelingen:

Het gebruik van vismeel, visolie en ‘afvalvis’: De druk op bestanden die worden gevangen voor vismeel en -olie, moet omlaag.
Dat vraagt om een continue beweging richting duurzaam geproduceerd, plantaardig visvoer. Voor een duurzame aquacultuur is het essentieel dat alleen vis wordt gekweekt die lager in de voedselketen
staat (dat wil zeggen dat er herbivore en omnivore vis wordt gekweekt in plaats van de grotere roofvissen), en die een plantaardig dieet aankan. De industrie moet meer investeren in onderzoek en
ontwikkeling op het gebied van herbivore en omnivore vis met een sterk marktpotentieel en kweekpotentie.

In het algemeen is er een dringende behoefte aan visserijbeheer op basis van een ecosysteembenadering. Een wereldwijd netwerk van volledig beschermde zeereservaten, die samen 40% van de oceanen
uitmaken, zou moeten samengaan met duurzaam visserijbeheer buiten deze reservaten. Dit is cruciaal voor duurzame visserij.
Greenpeace vindt kweek niet duurzaam als de kweeksoorten vismeel of -olieproducten te eten krijgen die afkomstig zijn uit niet-duurzame visserij en/of een nettoverlies aan viseiwit opleveren (omzetratio is
groter dan één). Plantaardig voer moet afkomstig zijn uit duurzame landbouw en omega-3-bronnen afkomstig van algen en druivenpitolie.
Nutriënten- en chemische vervuiling: Er bestaan goede opties voor het verminderen van afval, zoals geïntegreerde multitrofische aquacultuursystemen (IMTA-systemen), aquaponics (het samen kweken van planten en dieren in een gesloten systeem) en geïntegreerde rijst- en viskweek.
Greenpeace vindt aquacultuur niet duurzaam als het afval, of het afvalwater, schadelijk is voor de omgeving.

Ontsnappingen van gekweekte vis: Een mogelijke oplossing voor deze problematiek zijn afgesloten netten en bassins, evenals tanks op het land. Uiteindelijk zijn tanks op het land de enige optie als men
ieder ontsnappingsrisico uit wil sluiten. Ontsnapping kan immers nog altijd plaatsvinden tijdens een orkaan of andere extreme weersomstandigheden op zee. Het gebruik van inheemse in plaats van uitheemse soorten is cruciaal.
Greenpeace eist dat alleen inheemse soorten in open water worden gekweekt, en dan alleen in afgesloten netten, afgesloten bassins of anderszins gesloten systemen. Kweek van uitheemse soorten zou
alleen in tanks op het land mogen plaatsvinden.

Lokale gebiedsbescherming: Sommige kweekpraktijken zijn schadelijk voor lokale habitats. Aquacultuurbedrijven moeten zo worden opgezet dat ze kustecosystemen en lokale habitats beschermen.
Ook mogen er geen nieuwe bedrijven worden gestart in toekomstige zeereservaten. Bestaande kweekbedrijven in beschermde gebieden moeten verdwijnen.
Greenpeace vindt dat aquacultuur niet duurzaam als die schadelijk is voor lokale planten en dieren of een risico vormt voor lokale populaties.

Het gebruik van wild jong zeeleven: Het gebruik van jonge, in het wild gevangen dieren voor aquacultuur, met name bepaalde typen garnalenkwekerijen, vernielt mariene ecosystemen.
Greenpeace vindt aquacultuur niet duurzaam als die afhankelijk is van in het wild gevangen jongen.

Transgene vis: Het voorkomen van ontsnapping van genetisch gemanipuleerde vis is onder commerciële omstandigheden niet te garanderen. Ontsnapte vissen kunnen een verwoestend effect hebben op wilde vispopulaties en biodiversiteit.
Greenpeace eist een verbod op genetische manipulatie van vis voor commerciële doeleinden.

Ziekten: Greenpeace vindt dat vis moet worden gekweekt in een zodanige populatiedichtheid dat het risico op de uitbraak en verspreiding van ziekten minimaal is, waardoor ook minder geneesmiddelen nodig zijn.

Natuurlijke hulpbronnen: Greenpeace vindt aquacultuur niet duurzaam als die ten koste gaat van lokale hulpbronnen, zoals drinkwaterbronnen en mangrovebossen.

Menselijke gezondheid: Greenpeace vindt aquacultuur onrechtvaardig en niet duurzaam als die een bedreiging vormt voor de menselijke gezondheid.

Mensenrechten: Greenpeace vindt aquacultuur onrechtvaardig en niet duurzaam als die de langetermijnbelangen van lokale gemeenschappen, zowel economisch als sociaal, niet ondersteunt.